HET BINTJE

Bintje is een aardappelras dat in 1905 door de Suameerder hoofdonderwijzer Kornelis Lieuwes de Vries uit een kruising van “Munstersen” met “Fransen” werd gekweekt. Het ras kwam in 1910 voor het eerst in de handel.

De Vries noemde zijn nieuwe aardappelrassen naar zijn kinderen, leerlingen en oud-leerlingen. Zo werd in 1905 het bintje vernoemd naar de toen 17-jarige oud-leerlinge Bintje Jansma, dochter van Minke en Teade Jansma. Ze werd in 1888 geboren en was 88 jaar oud toen ze in 1976 in een rusthuis in Franeker stierf. Verder waren er ook bijvoorbeeld het Trijntje en de Sipe.

SCHILLEN EN SNIJDEN

Het dun schillen van aardappels is belangrijk voor het behoud van de smaak. De geschilde aardappelen worden daarna gepit en gewassen. Vervolgens moeten ze uitlekken waarna ze worden afgedroogd. De friet word op de gewenste maat gesneden.

Wij snijden de friet op 13 mm, ook wel “dikke friet” genoemd.

VOORBAKKEN

De friet word gegaard tijdens het voorbakken. Het voorbakken gaat gedurende een lange periode op een lage temperatuur.

De voorgebakken friet laten we daarna rusten. (uitzweten)

AFBAKKEN

Afbakken gebeurd op gevoel, de friet wordt in beweging gehouden en naar gelang de dikte van de friet wordt de friet goudbruin gebakken.

Opschudden, zouten en de Verrèkes lekkere friet serveren in een puntzak.